Categoriearchief: Nieuws

Terug uit Gussew

Wajera 5 (Exodus 8: 7-18)
Gaandeweg komt Farao erachter dat de God van Mozes en Aäron een andere God is en tegengesteld aan het pandemonium waarin hij leeft. Hij ontdekt dat hij de voorbede van Mozes en Aäron nodig heeft om de kikvorsplaag te doen ophouden en hij ziet dat zijn tovenaars niet bij machte zijn muggen uit stof te slaan (dat wil zeggen leven uit dood -stof- te vormen!), maar daaruit de gevolgtrekking maken voor deze God te buigen, doet hij niet. Integendeel, hij verhardt zijn hart totdat zijn hart verhard wordt.

God is anders, werkt anders, dat is misschien wel een wezenlijke ervaring geweest van onze reis naar deze regio. In een voor het oog van de wereld verloren gebied, verwaarloosd en ontvolkt, wonen hier en daar kleine plukjes gelovigen: een handvol kinderen, een paar vrouwen, een enkele man die proberen de lofzang gaande te houden. Voor ons sprongen die vier vrouwen eruit die op de maandagochtend bijeenkwamen in Schycha, ergens in no-where- land en daar gretig in hun bijbeltjes meelazen en luisterden naar de woorden van God en innig met elkaar verbonden waren tijdens het gebed, waarbij zij elkaars en onze handen vasthielden en daarna het doek van de tafel haalde waarop borden en bestek lagen om met ons te gaan eten.

Na geslapen te hebben in hotel Kranich, een voor velen bekend hotel in Potsdam, hadden we nog wat tijd een bezoek te brengen aan “Ceciliënhof”. Dit paleis werd door keizer Wilhelm de Tweede (degene die in Huize Doorn gewoond heeft na de Eerste Wereldoorlog) aan zijn zoon en zijn vrouw (Cecilia) gegeven. In een deel ervan is in juli/augustus 1945 de conferentie van Potsdam gehouden, waarin Stalin, Truman en Churchill de ‘taart’ Europa verdeeld hebben in twee stukken, met alle dramatische gevolgen ervan tot op de dag van vandaag.

Maar we konden er niet in, want het personeel staakte. Wel was het winkeltje open, zodat we nog wat souvenirs konden kopen. Daarom hadden we ook nog even tijd om het ‘Neues Palast’ te gaan bekijken, één van de vele die de Pruisische koningsstad Potsdam rijk is. Wat een verschil tussen dit Potsdam, dat tot hetzelfde Pruisen behoorde, als wat tot 1945 Oost-Pruisen heette en er nu – als de oblast Kaliningrad – zo verloren bijligt. De geschiedenis kan soms de bordjes in bepaalde regio’s drastisch verhangen.

Inmiddels was het half twaalf geworden en omdat Nienke om 18.00 uur de tafel gereed zou hebben voor een afsluitende maaltijd was het nu tijd westwaarts te gaan en de deelstaat Brandenburg te verwisselen voor de Veluwe. Daarom verlieten we Potsdam, de stad die altijd voor ons de overgang maakt als Nederlandse Ruslandgangers, omdat we enerzijds in de Russische kolonie in restaurant “Alexandrowka” nog even nostalgisch kunnen terugblikken op waar we geweest waren en anderzijds daarna tijdens een wandeling door het “Holländisches Viertel” (de Hollandse wijk, die Frederik de Grote van Pruisen hier heeft laten aanleggen) ook weer gevoed worden in het verlangen naar Nederland.

Ik hoop dat jullie, lezers, een beetje een indruk hebben gekregen van wat we hebben gezien en gehoord en dat jullie die kleine, maar dappere Lutherse gemeente in jullie gebeden zo af en toe zullen meenemen.

Met een hartelijke van André, Jolanda en Kees die het ook erg goed met elkaar hebben gehad tijdens deze reis!

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

Zevende dag Gussewreis 2020

Wajera 4 (Exodus 7: 8-8: 7)
In de slagen die Egypte zullen treffen, bindt God de strijd aan met de afgoden. De eerste afgod is de Nijl, dé economische slagader van Egypte. Deze wordt door de staf van Mozes getroffen door een “slagaderlijke bloeding”. De kurk, waarop Egypte (en de wereld) drijft, valt weg. Wat blijft over als de zekerheden van ons natje en droogje wegvallen?

In een land als Rusland hebben we soms mensen ontmoet die veel zekerheden hebben verloren, die hun landstreek moesten verlaten. Omdat de omstandigheden zich wijzigden, omdat mensen zich tegen hen keerden, omdat er veranderingen waren in hun persoonlijke omstandigheden, maar die wel een sterk Ander fundament bleken te hebben. Zij hebben de wijsheid gevonden van niets anders in het leven zeker te zijn dan van God en die daarom weerbaar en innerlijk sterk en veerkrachtig waren. Dat maakte indruk, dat nemen we mee naar onze wereld vol vermeende ‘zekerheden’. 

Onmiddellijk nadat we om 9.00 uur de grens over waren (het kostte ons ongeveer vijf kwartier) en weer door Polen reden, viel het ons direct op hoe anders alles er hier uitziet. Waar in Rusland weinig echte bedrijvigheid is, veel achterstallig onderhoud is, vele ruïnes staan van huizen, kerken en fabrieken, oogt Polen fris en ondernemend. Mede dankzij EU-steun zijn er hier grote vorderingen gemaakt en is er nauwelijks meer iets te zien van het arme Polen van dertig jaar geleden. Precies omgekeerd als het groene oude Oost-Pruisen van toen er nu uitziet.

Ook de wegenbouw is in Polen ter hand genomen en inmiddels is er een nieuwe snelweg aangelegd die de reistijd naar Potsdam aanzienlijk heeft verkort. Daar reden we voor half zes al binnen, een nieuw record weten alle Ruslandgangers die in het verleden met mij mee zijn gegaan. Ook het weer was onverminderd goed en het was nergens druk op de weg. Tegelijk misten we toch ook een beetje het land en de mensen, waarvan we afscheid genomen hadden.

Gelukkig is er in Potsdam een Russische wijk, waar 14 Russische datsja’s staan die rond 1825 zijn neergezet, inclusief een kleine Russisch-Orthodoxe kapel, door Koning Friedrich Wilhelm de Derde die deze kolonie geschonken had aan tsaar Alexander de Eerste vanwege hun uitstekende samenwerking in het verslaan van hun gezamenlijke Franse vijand Napoléon.

In één der datsja’s bevindt zich ook een heerlijk restaurant, waar de balalaika de achtergrondmuziek is, het menu Russisch (bijvoorbeeld een Taiga-schotel of een Kozakkenpotje.) evenals het interieur. 

Het bleek zowaar open in deze januari-maand. Daar hebben we gegeten en dat afgesloten met een uitstekend zoet toetje, waar dit restaurant beroemd om is, maar die deze suikerpatiënt wel met een half uur hardlopen moet zien de baas te worden. Maar wie geen uitzonderingen meer toelaat in zijn leven, acht ook de regel niet echt naar waarde. “Wees niet al te rechtvaardig”, zei Prediker al. Ook niet al te rigide in de omgang met de suiker, voeg ik er maar aan toe.

Morgen de echte Heimkehr!

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

Zesde dag Gussewreis 2020

Wajera 3 (Exodus 6: 29-7: 7)

De Here legt het leiderschap van Zijn volk in handen van twee mannen op leeftijd: Mozes is 80 en Aäron 83 jaar oud. Niet bepaald jongens in de kracht van hun leven, geen helden gelijk een Heracles in de Griekse mythologie, maar mensen die in hun broosheid laten zien dat de kracht van God moet komen en niet op die van mensen moet steunen.

Die broosheid en kwetsbaarheid treffen we ook in deze uithoek van het grote Rusland, waar zich een kleine Lutherse gemeente bevindt. Vandaag zijn we op bezoek geweest bij de Propst – de voorzitter – van deze regio die in Kaliningrad resideert. Met hem hebben we ruim drie kwartier gesproken, terwijl zijn secretaresse alles in het Duits vertaalde. In deze regio zijn 25 Lutherse gemeenten, waarvan die in Kaliningrad de grootste is met 200 leden. Vroeger waren de gemeenten veel groter, maar door terugkeer naar Duitsland in de jaren tussen 1991 en 2005 zijn de gemeenten verkleind. Inmiddels is die emigratie gestopt en stabiliseert het aantal gemeenteleden. Tegelijk is door een overheidswet van 2016 iedere evangelisatie-arbeid verboden, zodat bijvoorbeeld scholen niet meer benaderd mogen worden en de kerk alleen binnen haar gebouwen haar geloof nog mag beleven.

De contacten met de Russisch-Orthodoxe kerk verlopen dan ook moeizaam, die met andere kleine kerkgenootschappen hier zijn daarentegen verbeterd (zoals met de Baptisten, de Pinkstergemeenten en de Rooms-katholieke kerk). De Lutherse kerk van Kaliningrad is nog geen 25 jaar oud, modern ingericht en ook vrij groot, maar staat letterlijk en figuurlijk in de schaduw van een grote Orthodoxe kerk. Voordien, ten tijde van de Sovjet-Unie, kwamen de Lutherse gelovigen in deze stad in het verborgene in allerlei huiskamers bijeen. Na de boycot door Europa is het een tijdje minder gegaan met de economie, maar inmiddels hebben ze van de nood een deugd gemaakt en wordt er nu meer op eigen bodem geproduceerd. Wel hebben vele middelgrote bedrijven, die handel dreven met het westen nog altijd veel last van de beperkingen. 

Behalve dit bezoek aan de Propst en de bezichtiging van de hoofdkerk van de Lutheranen hebben we ook een bezoek gebracht aan de Domkerk dat op een eiland ligt midden in de rivier de Pregel die dwars door Kaliningrad loopt. Daar hebben we een kort, maar krachtig en prachtig orgelconcert gehoord, waarin zeker het stuk van de componist “Widor” door merg en been ging. Even zag ik als het ware Peter Witteveen met tien vingers achter het klavier zitten die deze ‘hemelse’ muziek in deze prachtige Dom ten gehore bracht.

Daarna hebben we gevieren bij wijze van afscheid van Elena nog gegeten in een restaurant aan de Pregel om haar daarna weer thuis af te zetten. Ze heeft ons dezer dagen goed rondgeleid in haar gemeente, want die ochtend nog hebben we twee gemeenteleden uit haar gemeente bezocht: één woonachtig in een grauwe Sovjetflat die ze bewoonde met haar gehandicapte dochter. Beiden waren een half jaar geleden uit Kirgizië gekomen om hier te gaan wonen bij haar andere dochter die samen met haar man deze flat voor haar gekocht had. Op termijn, als moeder te oud geworden is, zal haar gehandicapte dochter bij haar andere dochter gaan inwonen.

De andere vrouw kwam uit Kazachstan en was nog wat ouder, maar had maar liefst elf kinderen gehad die overal in Rusland woonden, maar twee ervan wonen nu vlak bij haar, zodat ze tenminste door hen straks geholpen zal kunnen worden. Hier ben je van je familie nog altijd meer afhankelijk dan bij ons en hoef je op veel overheidssteun niet te rekenen. Het blijft een land met een mentaliteit van ieder voor zich, met veel corruptie en een grote tegenstelling tussen rijk en arm. Anderzijds sterkt dat ook de familiebanden en de onderlinge solidariteit. 

Nu haast ik me dit stukje nog op tijd in te leveren voordat wij morgenvroeg om 7.30 uur weer zullen vertrekken om huiswaarts te gaan. Moge de Almachtige Zijn vleugels over de gemeenten hier uitstrekken en Zijn kinderen behoeden en zegenen!

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

Vijfde dag Gussewreis 2020

Wajera 2 (Exodus 6: 13-28)
Wajera betekent “En Hij verscheen” en wijst op het eerste belangrijke woord van deze weekportie. Hierin herinnert God Mozes eraan dat Hij verschenen is aan de aartsvaderen als God de Almachtige. Maar nog niet met de Naam waarin Hij zich nu aan Mozes bekend heeft gemaakt, namelijk “Ik ben erbij”!

Zo nabij dat Hij als het ware de pijn van de onderdrukking voelt en daarom Zijn volk zal gaan bevrijden. En hoezeer de Farao de arbeid verzwaard heeft en het volk daaronder lijdt en Mozes die verzwaring ook kwalijk neemt en daarom niet meer naar hem wil luisteren. God vaardigt hem opnieuw af voor deze menselijk gesproken onmogelijke situatie.

Iets daarvan proefden we toen we een bezoek brachten aan het dorpje Schycha, vele kilometers diep het land in waar we genodigd waren bij vier oudere vrouwen. Deze vier heetten ons welkom in hun kerk die de grootte van een huiskamer had en waar we voorafgaande aan de maaltijd een dienst hielden. Maandagmorgen houden deze vier wel vaker, samen met Elena, een huiskamerdienst. Al jaren zijn zij de enig overgeblevenen van de Lutherse gemeente in dit dorp. De jonge mensen zijn weggegaan, het platteland vergrijst en voor werk moet je naar Kaliningrad of Moskou. Maar zij houden vol, alle vier zijn ze rond de 70 jaar oud. Samen hebben we gelezen uit de brief aan Philadelfia (Openbaringen 3), waarin gesproken wordt van de kleine kracht van deze gemeente en de volharding, waarmee zij vasthouden aan het woord van God. Dat proefden wij ook hier, alle vier lazen ze gretig mee, luisterden intens en aan het slot gingen we staan, pakten elkaars hand vast en hebben samen gebeden. Een indrukwekkende eredienst op de maandagmorgen.

Daarna schikten ze de kamer voor de heerlijke maaltijd die zij hadden bereid. Allemaal producten van eigen bodem, biologisch verantwoord en buitengewoon smakelijk, tot en met het glaasje zelfgemaakte wijn toe. Jolanda zou wel een week langer willen blijven om deze manier van voedselbereiding zich eigen te maken. Na de maaltijd namen we afscheid, gaven deze vier vrouwen elk als dank en bemoediging een gift en dat verraste hen zo, dat ze gewoon vol schoten en ons omhelsden. En zoiets maakt dan ook ons blij, bescheiden ook en dankbaar.

Het volgende adres dat Elena had uitgekozen was een Armeens gezin en hier liepen ook vijf kinderen rond. De zakjes die Mevrouw Spiegelenberg gemaakt heeft en die we gevuld hadden met onder andere een pen en een bellenblaas kwamen hier goed van pas. Er woonden in dit dorp (Talpaki) nogal wat Armeense gezinnen die na de val van de Sovjet-Unie deze richting uitgekomen zijn en hier in dit ‘lege land’ werk konden vinden. In de woonkamer was ook een zieke oma van 85 die niet lang meer zou hebben te leven en met elkaar hebben we rond haar bed gebeden dat zij in vrede mocht heengaan en dat besloten met het “Onze Vader”, dat zij nog een beetje mee murmelde. Toen we weggingen mompelde ze nog ‘spasiba’ dat ‘dankjewel’ betekent. Ook dit was een mooi en goed samenzijn! Een moedig gezin dat erg sjofel behuisd was, maar veel vrolijkheid uitstraalde.

Vervolgens reden we naar het huis van Elena, dat tegelijk dienst doet als gemeentehuis en daar waren kinderen bijeen die samen met hun muzieklerares een half uurtje voor ons gemusiceerd en gezongen hebben. De muziekjuffrouw was erg enthousiast, wist veel uit de kinderen te halen en dit zevental genoot zichtbaar van hun concert. Ook hen hebben we wat gegeven van de zakjes van “Spiegeltje” en de muzieklerares wat geld om nieuwe instrumenten aan te schaffen dan wel oude te vervangen, zodat de lofzang uit de mond der kinderkens niet zal zwijgen, maar voortgezet mag worden.

Daarna werd ons een warme maaltijd aangeboden bij twee weduwen uit Bolsjana Poljana die hun best hadden gedaan alles voor ons bezoek aan hen in gereedheid te brengen. De tafel was gedekt, het eten stond erop, de soep (Borsj) werd direct opgediend en we hebben er een gezellig uurtje met elkaar doorgebracht en na afloop nog een bijbeltekst samen gelezen en besproken. Opvallend in alle gesprekken is dat zoveel mensen, vanuit zoveel gebieden in Rusland hier naartoe gekomen zijn: Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië, Armenië, Oekraïne, Wit-Rusland en andere streken en dat ieder zijn eigen vaak bewogen levensgeschiedenis heeft. Dat heeft ze vaak ook weerbaar en sterk gemaakt, waarbij de vrouwen overigens verre in de meerderheid zijn. Gods kerk drijft hier op vrouwen, die zich met liefde, inzet en talent inzetten voor wat hier nog over is.

De dagen verlopen snel en het was alweer half acht toen we hier wegreden, Elena thuis afgezet hebben en wij naar ons hotel terugkeerden. Heel grappig trouwens dat op de enige snelweg die het land doorkruist ons hotel een eigen afslag heeft: je keert er om en gaat direct daarna snel naar rechts om bij het hotel te komen.

En omdat we de hele dag gereden, gezeten en gegeten hadden, leek het André en mij goed nog even van het zwembad gebruik te maken en samen een heerlijke duik te nemen, een paar baantjes te trekken om – voor mij – de suikerspiegel weer een beetje op peil te krijgen. Naast ons was er maar één iemand in het zwembad, die telkens verschrikt opkeek en zich afwendde, wanneer André haar kant opkwam en met brede slagen het water hoog deed opspatten! Welk een reus bevindt zich hier in het zwembad, zag ik haar denken, terwijl ze van mijn bescheiden schoolslag totaal niet onder de indruk was. Hoe ook, het heeft ons heerlijk verkwikt in dit hotelcomplex, dat door één of ander Russische oligarch is gebouwd, die het niet erg schijnt te vinden dat er geen gasten zijn. Het had gewoon zijn liefde dit vervallen kasteel te renoveren.

Naast het zwembad is er ook nog een sauna, een conferentiezaal, een restaurant en staat er ook nog een vliegtuig, zodat hoge gasten er kunnen worden ingevlogen. Daarnaast is het volledig ommuurd en als je het ‘s morgens verlaat moet iemand de grendel van de poort schuiven om naar buiten te kunnen! Het zou me niet verbazen dat er in de toekomst hier nog eens een G7-top gehouden zou worden. Mocht dat zo zijn, dan kunnen wij zeggen dat wij het ooit voorverwarmd hebben.

Met hartelijke groet uit een altijd weer verrassend Rusland,

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

MessAge-dienst met Tin Speransa

Op zondag 26 januari 2020 organiseert de Vaassense Dorpskerk opnieuw een laagdrempelige MessAge-dienst. Deze dienst zal worden geleid door ds. Sjoerd Muller uit Beekbergen. Gospelkoor/band Tin Speransa uit Nijkerk zal onder leiding van Marcel Koning medewerking verlenen aan deze dienst en de samenzang begeleiden. Het thema van deze dienst is “DANKBAARHEID”.

Sjoerd Muller is deeltijdpredikant in Epe. Daarnaast werkt hij voor KRO/NCRV. Als reporter werkt hij voor de Radio 5-programma’s “Bert op 5” en “Zin in Weekend”. Daarvoor ook bij Groot op 5, Katholiek Nederland Radio en Kruispunt. Van januari tot en met maart 2017 werkte hij als redacteur en researcher bij de TV-programma’s “Mijn Maria” en “Jacobine op Zondag”. 

Alhoewel Tin Speransa al ruim 25 jaar bestaat is het in Vaassen minder bekend. Het is de eerste keer dat ze in een dienst meedoen. De naam komt uit het Papiamento en betekent “Heb Hoop!”. Zingend wil Tin Speransa getuigen van het evangelie van Jezus Christus als Verlosser. Tin Speransa bestaat uit ruim zestig zingende leden, een band en enkele vaste technici. Het koor heeft meegewerkt aan TV-programma’s als Nederland Zingt en Hour of Power. Ook werkt het koor elk jaar mee aan een benefietconcert.

Vanaf 18.30 uur is er inloop met koffie, thee en fris. Dan is er gelegenheid om in gesprek te gaan met leden van de werkgroep en de kerkenraad. De dienst begint om 19.00 uur. Na afloop wordt een extra collecte bij de uitgang gehouden voor de onkosten van de dienst
Wees welkom, het belooft opnieuw een fijne dienst te worden!

En om alvast een beetje in de stemming te komen, alvast een video:

Vierde dag Gussewreis 2020

Vandaag de ontmoeting met de gemeente!

Om tien uur is de kerkdienst in de “Salzburger Kirche” en na opgestaan te zijn, heb ik me nog een beetje voorbereid. Vandaag wordt in Rusland het orthodoxe Kerstfeest afgesloten met een duik in de rivier. Er is een speciale installatie gebouwd, die mensen in staat stelt vanaf de brug in het centrum in het water af te dalen. Vanzelfsprekend een verwijzing naar de doop van Johannes. Er zullen veel mensen kopje onder gaan, want de rivier is niet bevroren; de temperaturen liggen ruim boven nul. Als dat niet het geval is, wordt er een wak in het ijs geslagen. Ofschoon Jolanda en André hun zwemkleding hebben meegenomen, sluiten zij zich niet aan bij de rij van deze orthodoxe vromen. Behoeven zij niet gedoopt te worden? Ik was ‘geheel toevallig’ vergeten mijn zwembroek mee te nemen…

Om kwart voor tien was ik bij de kerk en naar mijn idee was het veel drukker dan vorig jaar, ik schatte zo’n 35 mensen. De beide voorgangers waren in toga en ik liep tussen hen in en gedrieën hebben we aan de dienst onze eigen bijdrage mogen leveren. De Schriftlezing deed ik in het Nederlands, de pastorin herhaalde het in Russisch en daarna mocht ik een paar woorden spreken die door haar werden vertaald.

Niet preken, want daarvoor moet je als geestelijke uit het buitenland speciale toestemming hebben. Maar het verschil tussen spreken en preken is maar miniem. Aardig is dat jaarlijks steeds meer namen van mensen uit Vaassen genoemd moeten worden van wie ik de groeten moet overbrengen (zoiets deed in de apostel Paulus ook in zijn brieven, besefte ik me opeens). Daarbij voegde ik de opmerking dat behalve Vaassen ook de diakonie van de Hervormde gemeente van Emst een bijdrage had geleverd, alsmede de diakonie van de gemeente van Wenum-Wiesel, zodat het inmiddels geen lokale, maar een regionale ondersteuning van de gemeente van Gussew is geworden. Dat leverde een klein applaus op.

Daarna heb ik wat woorden gesproken naar aanleiding van 2 Koningen 4: 42-44 over de man die uit Baäl-Salisa kwam met een 20-tal gerstenbroden, waarmee Elisa een hele schare van profetenzonen voedde. Wie van weinig deelt, vermenigvuldigt het en ik sprak de wens uit dat de pakketten eensgelijks gedeeld mochten worden met elkaar en anderen.

Daarna hebben we het Heilig Avondmaal gevierd als teken dat de Here Jezus ons in het delen van Zichzelf is voorgegaan. Meestal als er gasten zijn wordt het Avondmaal gevierd en dat was een hartverwarmende gebeurtenis. Na de dienst hebben we koffie gedronken en de heerlijke taart van Cora genoten met elkaar. Het recept werd met dankbaarheid aanvaard.

Behalve voedselpakketten hadden we ook nog een gift meegenomen voor het Diakoniehaus, waar doordeweeks dagelijks 34 scholieren een warme maaltijd krijgen. Daarnaast hebben we giften gegeven voor enkele gemeenten die we de dag ervoor bezocht hadden en waar we specifieke zorgen over hadden vernomen. Ook het groeiende kinderwerk hebben we willen waarderen met een ondersteuning en de poging de 9 dorpen wat vaker te betrekken bij de hoofdkerk van Gussew, door ze zo af en toe te financieren met de bus naar Gussew te laten gaan om ze intensiever met elkaar in contact te brengen.

Toen dat allemaal gedaan was en we afscheid van allerlei gemeenteleden hadden genomen (ook Jolanda en André wisselden e-mailcontacten uit) zijn we met de beide pastores en Slava en zijn gezin gereden naar een pastorie in the middle-of-nowhere waar Immanuel Kant tussen 1848-1850 huisleraar geweest is bij een predikantengezin om zijn studie aan de universiteit te kunnen bekostigen. Deze pastorie was volledig in verval geraakt en is de laatste jaren gerestaureerd en is nu een museum geworden dat gewijd is aan deze beroemde filosoof.

Al eerder, in Torun, hebben we gehoord van de copernicaanse wending in de beschouwing van de plek van de aarde in de kosmos, bij Kant is er ook sprake van een copernicaanse wending, maar dan in de mogelijkheid van ons denken en in het bijzonder ook van ons denken over God. Kant is een verlichtingsfilosoof bij uitstek, die in zijn drie grote boeken de grenzen van ons denken scherp heeft aangegeven. Zijn systematische en gründliche denkhouding kwam ook tot uitdrukking in zijn dagelijkse wandelingen door Koningsbergen die zo precies volgens schema verliepen dat de bewoners van de stad die hem dat dagelijks zagen er toen hun klok op gelijk konden stellen. Beroemde uitspraak van Kant is: “Durf te denken!”

Na dit bezoek zijn op weg gegaan (via google maps, bij gebrek aan een goede kaart) naar Elena’s huis. Deze map voerde ons van de snelweg af, een landweg op, die steeds slechter werd, maar ons na een kilometer of tien weer op dezelfde snelweg bracht, maar dan een stuk eerder, zodat we dezelfde weg nog een keer moesten rijden. Gelukkig vonden we even later de goede afslag en kwamen een klein uurtje later dan gepland bij haar in de buurt. Maar ook zij woont op een landweg, zodat we haar toch even moesten bellen, waarna ze naar de straat kwam lopen om ons op te wachten. Daar hebben we heerlijk gegeten, het programma voor morgen doorgesproken en toen heeft zij ons naar ons hotel gereden waar we nu moederziel alleen zitten. Het hotel heeft een groot Russisch kitsch-gehalte, is voorzien van allerlei voor ons onnuttig vermaak, maar het ligt heel mooi en heel stil midden het Kalliningrader land.

Geniet verder van de vele foto’s die zijn gemaakt en voor de rest wensen wij jullie allemaal welterusten straks!

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

Derde dag Gussewreis 2020

Sjemot 7 (Exodus 5: 1-21)
Mozes en Aäron hebben het volk in een slechte reuk gebracht bij de Farao, zodat de Israëlieten nog harder moeten werken. Mozes klaagt erover tegen God en Deze zegt dat Hij nu zal laten zien wat Hij aan Farao zal doen. Wil het beter worden, moet het eerst slechter worden. Door lijden heen zal het volk tot heerlijkheid worden gebracht!

Na een goede nachtrust waren we om 09.30 uur in het Gemeindehaus om een aantal zaken te regelen. In de eerste plaats heb ik met Natalia besproken waarover ik zou willen (s)preken morgenochtend (2 Koningen 4: 42-44, verbonden met Kana), terwijl André en Jolanda even naar de markt geweest zijn om daar wat rond te kijken. Daarna hebben we aan de voedselpakketten die waren klaar gemaakt nog wat toegevoegd door bij de groenteboer o.a. vers fruit te halen ( paprika’s, sinaasappels, peren, kool en noten), zodat de 25 pakketten die de gemeenteleden meenemen er nu nog vollediger uitzien. Nu we begrepen hebben dat de meeste mensen slechts gemiddeld 300 euro verdienen en zij er 100 euro van aan vaste lasten kwijt zijn, houden ze echt niets over. Deze pakketten worden daarom echt gewaardeerd. Na deze activiteiten zijn we in de auto gestapt en hebben we respectievelijk een bezoek gebracht aan het plaatsje Dubrava (met z’n ouderwetse kruidenier!) waar we voor een maaltijd waren uitgenodigd en hoorden over het kerkenwerk in dit veraf gelegen dorp. Vervolgens brachten we een bezoek aan het Carl Blumhaus en tenslotte aan Baboeskino, een plaatsje dichtbij de Litouwse grens. 

Wat opvalt is dat in deze kleine gemeenschappen het aantal kinderen groter is dan het aantal volwassenen. Het kinderwerk groeit en we krijgen ook van de pastorin de indruk dat zij daar hard aan trekt om vooral de kinderen erbij te betrekken. Haar gevleugelde uitspraak richting de kinderen (en hun ouders) is dat “Jesus unserem guten Freund ist”. Ook doet zij haar best de mensen en de gezinnen zo af en toe naar de centrale kerk in Gussew te halen, zodat ze verstaan dat ze onderdeel zijn van een grotere gemeenschap. Zij financiert dan de bus die hen uit de dorpen naar Gussew brengen moet. Daarnaast hebben ze ook een aantal confirmanten gehad die dit jaar belijdenis hebben afgelegd. Al met al krijg ik de indruk dat het hier echt beter gaat dan een aantal jaren geleden en dat de gemeente werkelijk weer groeit. Ook het Carl Blumhaus stond er uitstekend bij en de bezetting van de bedden liep tegen de 20 en het zag ook pico bello uit!

Na afloop van deze intensieve dag hebben de pastor en zijn vrouw ons op een maaltijd getrakteerd in hotel “Imperial” in Gussew waar we in een rustig hoekje gezeten goed met elkaar hebben kunnen praten en ook heerlijk hebben gegeten. Uit deze gesprekken blijkt wel heel duidelijk dat de gemeente weliswaar groeit, maar dat ze financieel alleen maar overlevingskans heeft als er hulp blijft komen uit Duitsland (en Nederland), omdat de mensen maar weinig financieel kunnen bijdragen, zo bezig als ze zijn om dagelijks te kunnen (over)leven. 

Tussendoor hebben we ook nog even een bezoek gebracht aan het plaatsje Majakovska (in het Duits Nemmersdorf) waar in 1944 een bloedbad is aangericht door het Russische leger. Dit gebied was de eerste grond die zij betraden in Duitsland, nadat ze al de gruwelen hadden gezien die de Duitsers in West-Rusland (nu Oekraïne) hadden aangericht. Om hun woede te koelen (en met toestemming van Stalin) hebben ze toen in Oost-Pruisen de vrije hand gekregen om wraak te nemen op de Duitsers. Een brute slachting (en verkrachting van vele vrouwen) van de inwoners van Nemmersdorf was daar het gevolg van. De Duitsers heroverden deze plaats op de Russen, zagen de gruweldaden die waren aangericht en lieten daar foto’s van maken om die in geheel Pruisen te verspreiden om duidelijk te maken dat de verdediging tot de laatste man moest blijven strijden tegen de Russen. Niemand mocht vluchten, ook burgers niet en Koningsbergen werd tot vestingstad verklaard, zodat deze stad nooit prijsgegeven mocht worden. 

Het gevolg hiervan was dat geheel Koningsbergen verwoest is, dat vele Duitse burgers zijn afgemaakt of naar Siberië zijn verbannen en dat slechts enkelen gevlucht zijn. Sommigen naar West-Duitsland, anderen zijn de bevroren Oostzee opgegaan om naar Denemarken of Noorwegen te vluchten. Ook is een schip vol vluchtelingen (de “Herman Guslov”) door een onderzeeër beschoten en gezonken, waarbij meer dan 9000 mensen verdronken zijn, waaronder 4000 kinderen. Dit is de grootste zeeramp die ooit in de geschiedenis heeft plaatsgevonden tot nog toe! 

Kijk je naar het monument, zie je slechts dat het een herinnering is aan de vele Russische soldaten die hier het leven hebben gelaten.
We verblijven hier dan ook echt in wat de historicus Timothy Snijder ‘de Bloedlanden’ heeft genoemd! Tot zover ons verslag van vandaag! 

Iedereen een goede en gezegende zondag toegewenst. 
De vrede van Christus, zo nodig in deze wereld zij met jullie en ons allen.

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

Tweede dag Gussew-reis 2020

Sjemot 6 (Exodus 4: 18-31)
Hierin lees je de aangrijpende geschiedenis dat Zippora, Mozes’ vrouw, de kleine Gersom besnijdt, het verbondsteken aanbrengt, dat Mozes kennelijk vergeten was te doen aan zijn zoon. Pas dan kon hij namens de Verbondsgod terugkeren naar Egypte om het volk Israël van de slavernij aan de afgod (Farao) te gaan bevrijden om hen als eerstgeboren zonen aan hun God te verbinden.

Aangrijpend is ook de geschiedenis van Ds. Kühnapfel (boven op de foto) die predikant was in Klon, toen Liebenburg geheten. Dat ligt nu in Polen, maar was toen een dorp in Oost-Pruisen. We waren er om 14.00 uur en hebben gezocht in dit dorp om nog iets te zien van hem. Dat was niet makkelijk, want niemand sprak er Duits of Engels. Uiteindelijk zag ik dat in één van de houten huisjes, waar dit plaatsje een beetje beroemd om is, een bibliotheek was.

De bibliothecaresse begreep een heel klein beetje dat ik iets over de evangelische kerk wilde weten en belde de plaatselijke school. Daar bleek een fototentoonstelling te zijn over het oude Klon/Liebenburg en toen we er aankwamen stond één van de leraren al op ons te wachten. Deze leidde ons naar de gang en toen we al die oude foto’s bekeken was er één waar ds. Kühnapfel op stond, samen met een aantal gemeenteleden. Hij bleek, zo vertelde de man, de laatste predikant te zijn geweest die in het kleine kerkje van Liebenburg had gestaan.

Uit het boek van zijn vrouw Margarete weet ik, dat hij tijdens de Paasdienst van 1942, nadat iemand belijdenis van het geloof had afgelegd, plots een aantal Duitse soldaten binnen zag komen die hem in de boeien sloegen en meevoerden naar buiten. Een grote schrik voor de kerkgangers natuurlijk, zijn eigen vrouw viel erbij flauw en in een ommezien hadden ze hem buiten in een wagen gezet en waren ze weggereden. Ds. Kühnapfel moest meevechten in de oorlog tegen Rusland en zou nooit meer terugkeren, een lot wat ook vele andere predikanten in Pruisen had getroffen. Vele jaren na de oorlog, zijn vrouw bleef al die tijd op zijn terugkeer hopen, bleek hij al vroeg bij Stalingrad te zijn omgekomen!

Terwijl we keken naar het kerkje, dat er nu vervallen uitzag, ofschoon ze het wel wilden restaureren (maar er geen geld voor hadden), probeerden we ons in te denken wat dit voor hem, zijn gezin en die gemeenschap betekend moet hebben.

Daarna begon het al wat te schemeren en besloten we rechtstreeks naar de grens te rijden die we tegen half zes bereikten. Iets na zevenen waren we erover, opnieuw bleken de papieren die voor de auto ingevuld moesten worden tot allerlei nadere vragen te leiden, maar de behandeling was vriendelijk en al moest er wel even wat worden opengemaakt, na de derde koffer gebaarde de douanier dat het wel genoeg was en konden we alles weer terugzetten. Het was overigens winderig en koud aan de grens, zodat we op weg naar Gussew weer een beetje konden opwarmen. Tegen negenen (Russische tijd, een uurtje later) waren we in “Kaisershof” en hebben we nog anderhalf uur met de beide pastores van Gussew zitten praten, wat gegeten en toen, erg moe, naar bed gegaan!

Geen puf meer voor een stukje, vandaar dat ik het stukje vandaag ’s morgens aanlever!

Ook deze dag verliep de reis voorspoedig, scheen de zon wel minder vaak en kwam er meer mist voor, maar die was niet echt dik. Bovendien werd het gaandeweg steeds rustiger op de weg.

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

Eerste dag Gussew-reis 2020

Sjemot 5 (Exodus 3:17-4:17)
Deze daglezing bevat o.a. de opdracht van God aan Mozes het volk te gaan bevrijden, de tekenen die hij meekrijgt en het verzet dat hij aantekent tegen deze opdracht. Met name die bezwaren van Mozes roepen herkenning op en tonen aan hoezeer we door hetzelfde gebrek aan Godsvertrouwen bezield worden bijvoorbeeld als we gevraagd worden een ambt te bekleden.
Daarom begonnen we de dag ook door voorafgaand aan onze reis in de keuken vóór zessen Psalm 121 te lezen die ons de Bewaarder Israëls in herinnering brengt die zo heel concreet zelfs onze voet voor wankeling bewaart.

Even óver zessen reden we weg na alle spulletjes die we van gemeenteleden hadden meegekregen (chapeau voor jullie betrokkenheid!) een plekje te hebben gegeven, terwijl Nienke ons uitzwaaide en Stijn dat in zijn dromen wel zou doen. De wind was gaan liggen, de maan scheen helder en zou een paar uur later door de zon worden opgevolgd die de hele dag aan een wolkeloze hemel stond bij een temperatuur van 11 graden. Is het nu begin april of half januari, zo vroegen we ons af op een parkeerplaats waar we een kop koffie dronken met een traditionele “Ome Joop” erbij. ‘Ome Joop’ is een puik recept voor boterkoek dat Nienke mij door het jaar verbiedt, maar alleen toestaat te eten tijdens de reis naar Gussew. Omdat ze geveld was door de griep was ze niet in staat deze koek ditmaal te bakken, waardoor het eenmalige jaarlijkse boterkoekfeest in het water dreigde te vallen. Gelukkig sprong Anneke van Lohuizen bij die bij hoge uitzondering dit recept gekregen had na vorig jaar mee naar Gussew te zijn geweest en er zo met Harm van genoten had. Zodat op de valreep er toch nog een ‘Ome Joop’ in de Nissan van André werd ingescheept en ook hij en Jolanda er wederom van konden genieten.

Onze eerste stop was Rinteln, een historische stad vol vakwerkhuizen aan de Weser, waar we bij een bakkerij in het centrum koffie hebben gedronken. Waar eerst André had gereden, ging ik toen achter het stuur en we hebben gedurende de dag ook meerdere gewisseld. Het was niet druk op weg, weinig ‘Baustellen’, zodat we in rap tempo Hannover en Berlijn achter ons lieten en tegen half twee Polen binnenreden. Gezien het enorme vertrouwen van André in de inhoud van zijn tank bleef hij maar doorrijden, zodat er op een gegeven moment in beeld verscheen dat we nog maar 6 kilometer te rijden hadden. En dat terwijl er nog geen tankstation in zicht was. Behalve dat ons al was opgevallen dat hij gaandeweg wat stiller geworden was in ons geanimeerde gesprek, ging hij nu ook langzamer rijden en gleed steeds verder de vluchtstrook op om zoveel mogelijk benzine te sparen teneinde te voorkomen dat zijn predikant straks kilometers langs de snelweg zou moeten lopen om de koffiekan met een beetje benzine te gaan vullen bij een Poolse boer die dicht langs de autobaan woonde. Maar net toen er nog vier kilometer te gaan was op de display, verscheen er een bord langs de weg dat er over vijf kilometer een tankstation zou komen, waardoor we op het nippertje nog met dat snippertje (benzine) bij de pomp kwamen. “Dat doet hij nou altijd” was de laconieke reactie van Jolanda, hetgeen mij voor de komende dagen weinig hoopvol stemde.

Na deze slow-down actie waren we toch vóór half zes in Torun en dat wapenfeit mag worden bijgeschreven als een nieuw record! Na ingecheckt te zijn in ons hotel hebben we ons in onze naast elkaar gelegen kamers geïnstalleerd om direct daarna een eetgelegenheid op te gaan zoeken in het altijd weer wondermooie middeleeuwse centrum van deze stad van Nicolaus Copernicus, de man die ons bescheidenheid leerde, door te hebben ontdekt dat niet de zon om de aarde, maar de aarde om de zon draait. Ofschoon dit een wiskundig, theoretisch bewijs was hebben Keppler en Newton dit later verder uitgewerkt en wordt deze theorie nu overal ter wereld erkend als een grote ontdekking. Uit angst voor vervolging (van de Rooms-Katholieke kerk) publiceerde hij zijn boek, waarin hij dit bewijs beschreef pas na zijn dood (in 1543)!

Torun is in 1231 door de Duitse orde gesticht, werd al vroeg in 1337 een Hanzestad en kwam in 1466 onder Poolse invloed. In 1772 werd Torun weer aan West-Pruisen toegevoegd, totdat het na het verdrag van Versailles weer aan Polen toeviel. In 1939 veroverde de Duitsers het opnieuw, totdat de Russen er in 1945 kwamen en Polen een satellietstaat werd van de Sovjet-Unie. De binnenstad van Torun staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco en dat is met recht. Alles is ook nog gebaad in de Kerstsfeer die hier weken langer langer duurt dan bij ons. De maaltijd deed ons goed en straks nadat dit stukje ingeleverd is, gaan we nog even op zoek naar mijn vorig jaar verdwenen bruine hoed en drinken we in die studentenkroeg nog een heerlijke glas Irish Coffee. En mocht de hoed er nog liggen dan drinken we er twee!
Bij wijze van slaapmutsje…

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij

De avond voor het vertrek naar Gussew

Sjemot 4

Bovenstaande aanduiding van deze dag (woensdag 15 januari) was vroeger gebruikelijk onder Oost Europese Joden wanneer men elkaar een kaart of brief stuurde. De dag verwijst naar het gedeelte uit de Schrift dat gelezen wordt volgens het leesrooster, waarin in één jaar heel de Torah – de vijf boeken van Mozes – gelezen wordt. Sjemot betekent “Namen” en vormt het eerste woord van het boek Exodus. De 4 erachter is de vierde portie die vandaag gelezen wordt, te weten Exodus 3: 1-16, dat deel, waarin Mozes de brandende braambos ziet en daar hoort dat God de onderdrukking van zijn volk in Egypte gezien en gehoord heeft en hun smarten kent. Een tekst over het mededogen van de Here met Zijn volk. En in feite begon daar ook het contact met Gussew mee.

Lees mee, zou ik zeggen, en doe dat naast dit verslag van de oostwaartse reis naar Gussew die we morgenvroeg beginnen, een reis met de lauwe zuidwester in de rug, zo in strijd met wat we vroeger ook wel de ijsmaand noemden. Op het fotootje ziet u mijn reisgenoten: André van Laar en zijn vrouw Yolanda!

De contacten met Gussew dateren al van de vorige eeuw. Toen bracht een gemeentelid, Willem Barnard (ja, ja, de neef van de dichter), met de Continental Singers een bezoek aan deze stad in het oosten van de provincie Kaliningrad, de kleinste en het verst in het westen liggende provincie (‘Oblast’ in het Russisch) van de Russische Federatie. Voor 1945 lag deze stad in Oost-Pruisen. Willem Barnard begeleidde toen dit op vele plaatsen in Oost-Europa zingende grote koor als buschauffeur en zag en hoorde dat op straat kinderen hem niet om geld, maar om brood vroegen. Dat bleef bij hem hangen, hij kaartte zijn ervaringen bij terugkeer aan bij onze diaconie en vanaf die tijd ondersteunt de hervormde gemeente van Vaassen de Evangelisch-Lutherse kerk in deze plaats.

De Evangelisch-Lutherse kerk van Gussew verzorgt namelijk warme maaltijden voor de schoolgaande jeugd in hun nabij de kerk gelegen “Diakoniehaus”. Naderhand is die ondersteuning ook uitgebreid naar een bejaarden- en verzorgingstehuis (het zogeheten “Carl Blumhaus”) en brengen we sedert een jaar of 5 jaarlijks ook een pastoraal bezoek aan deze gemeente, waarbij we vanzelfsprekend niet met lege handen komen maar ook aan alle gemeenteleden een voedselpakket geven. Die voedselpakketten worden samengesteld door de diaconie van de Gussewse gemeente, maar worden door ons betaald. 

De (Russische) naam Gussew is aan deze stad gegeven, omdat tijdens de gevechten met het Duitse leger in januari 1945 een gelijknamige Russische kapitein in de omgeving ervan was omgekomen. Gumbinnen (dat met ‘kreupelhout’ schijnt samen te hangen) was de Duitse naam en is bekend geworden doordat de eerste veldslag van de Eerste Wereldoorlog er op 20 augustus 1914 plaatsvond, waar de Russen het Duitse leger versloegen. Een indrukwekkende reeks glazen beelden aan de oostzijde van de stad herinneren aan die slag. Het was overigens een Pyrrhus-overwinning met 2000 slachtoffers aan Russische en 2100 aan Duitse zijde, want later werden de Russen verslagen bij Tannenberg, nabij de nu in Polen gelegen Mazurische Meren. 

De Evangelisch-Lutherse gemeente, daar ontstaan in het begin van de 18e eeuw door de komst van vele protestanten uit onder andere Salzburg, heeft na de val van de Sovjet-Unie in 1991 met hulp van met name West-Duitsland hun kerkgebouw kunnen restaureren en hebben dat in 1995 weer in gebruik genomen. Onder het communistische bewind is het lange tijd een opslagplaats voor meubelen geweest. Op 31 oktober(!) zal het een kwart eeuw zijn dat de “Salzburger Kirche” gerestaureerd werd en zal het opnieuw feestelijk worden herdacht. Wij, als gemeente van Vaassen, zijn daar ook hartelijk bij uitgenodigd. De enige Calvinistische kerk te midden van alle Lutheraanse kerken uit Duitsland en Zwitserland die daarbij zullen zijn. Toen ik dat vijf jaar geleden, op het 20-jarige jubileum benoemde, werden we getrakteerd op een groot applaus. Díe oecumene zit dus wel goed. Minder goed zijn de laatste jaren de contacten met de lokale Russisch-Orthodoxe kerk, tekenend voor de toegenomen spanning tussen Oost en West.

Met deze inleiding als warming-up kan morgen het echte reisverslag beginnen!