Tweede dag Gussew-reis

Eén van de kenmerken van slapen in een Oost-Europees hotel is dat het er erg warm is. Wil je zoals je gewend bent in een frisse slaapkamer liggen, dan moet je alle ramen open zetten. Maar dat kan ook weer nadelig uitpakken vanwege de herrie op straat!
Dat overkwamen mijn reisgenoten die last hadden van de Torunse studenten, die niet van ophouden wisten (al was er ook een intern, meer snurkend, geluid), terwijl ik ’s nachts wakker werd van een getik van jewelste. Ik dacht dat het de verwarming was, maar er bleek een bui natte sneeuw te vallen die net onder mijn raam de goot deed tikken.

Maar goed, dat is allemaal wel te overkomen. Verdrietiger was dat ik mijn bruine hoed in een café had laten liggen, de hoed die mij al jaren begeleid heeft op m’n Rusland- en Roemeniëreizen. Na de koffie haastte ik mij naar het café waar we Irish Coffee gedronken hadden. Daar werd gelukkig door de schoonmaakster opengedaan, maar de hoed was verdwenen (kennelijk door iemand meegenomen). Jammer, want hij had voor mij nostalgische waarde.

Rond de klok van tien verlieten we Torun (overigens ook een Hanze-stad, gelegen aan de Wisla, die uitstroomt in de Oostzee) en gingen verder noord-oostwaarts. Het was prachtig weer, de zon scheen, al zagen we langs de berm en in de velden wel meer sneeuw liggen. Tegen 17.00 uur naderden we de Russische grens en na een kleine twee uur waren we erover, na allerlei papieren (in duplo) te hebben ingevuld. De douane was overigens erg behulpzaam en vriendelijk, misschien omdat ze enig medelijden hadden met deze pastor die jaarlijks verschijnt in januari, maar dat nu zonder beschermend hoofddeksel deed (bij wat vorst inmiddels).

De klok moest daarna een uur worden vooruit gezet, zodat we pas om 21.00 uur nog een klein en bescheiden hapje hebben gegeten in hotel Kaisershof. Na 23 uur rijden in twee dagen en ruim 1450 kilometer is het wel even welletjes geweest, hoe gezellig het onderweg ook was en hoe mooi de Mazoerische meren ook schitterden in het zonlicht. 

De receptioniste checkte ons in, belde Alexander, die mij aan de lijn wilde. Morgenochtend om 9.30 uur gaan we hem bezoeken in het Diakoniehaus om daar onder andere kennis te maken met het nieuwe dominees-echtpaar. De kamers in dit Royal Court hotel zijn overigens minder warm, dus ik verwacht dat het nu tot een verfrissende nachtrust zal komen. En dat wens ik ook jullie, lezers, toe in het afgekoelde Nederland (of doen jullie daar geen oog dicht vanwege toenemende Elfstedenkoorts?).