Zesde dag Gussewreis 2019

Vanmorgen hebben we na het ontbijt kennis gemaakt met de locale orthodoxe priester. Ik wilde graag een altaarstuk zien dat daar zou zijn, maar ofschoon Harm en ondergetekende een blik achter de iconostasewand werd gegund (vrouwen mogen daarachter niet kijken), bleek deze triptiek er niet meer te zijn. We zijn nog wel even met hem op de foto gegaan.

Daarna opnieuw in dezelfde ‘super’ boodschappen gedaan (we krijgen er handigheid in) en toen op weg naar het stadje Friedland, waar we koffie dronken en wat te eten kregen in het Gemeindehaus van de Lutheranen op een industrieterrein. Twee oud-Kazachstanen leidden ons in dit prachtige en praktische huis van de gemeente rond.

Vervolgens gingen we nog verder richting de Poolse grens om daar een hele vriendelijke oude vrouw van een pakket te voorzien die ons ook weer op een nu warme maaltijd trakteerde. Gelukkig is Harm een dankbare eter, die ook voor deze tweede gang zijn hand niet omdraaide. Na haar bezochten we nog een vrouw wiens huis vorig jaar voor een deel was ingestort tijdens de januaristorm. Van enig herstel was echter nog geen sprake (als van Laar nog tijd over heeft). Het water in huis, zo vertelde ze, was niet te drinken, maar ze putte heerlijk water uit een bron die ze ons 150 meter verderop liet zien. Deze vrouw had elf kinderen gehad en leefde nu met haar zoon op dit stukje grond. Ze maakte een evenwichtige indruk en zwaaide ons buiten in de kou heel gemoedelijk uit tot we het boerenboeltje af waren.

Nog even bezochten we de toren van de kerk van Friedland om van het winterse uitzicht te genieten. Terwijl veel kerken ruïnes zijn, was deze gezamenlijk door Duitsers en Russen gerestaureerd.  We keerden terug richting Villau en daar liet Elena ons een groot en verlaten complex van gebouwen zien. Het bleek oorspronkelijk een psychiatrische inrichting te zijn geweest, maar toen de nazi’s aan de macht kwamen heeft de SS dit complex in gebruik genomen als een legerkamp na eerst alle bewoners van de inrichting te hebben vermoord. Toen de Russen na de oorlog kwamen hebben ook zij het als een legerplaats gebruikt en sinds 1991 ligt het er verlaten bij. Een buitengewoon luguber complex kapotte gebouwen, zeker ook toen we nog legerkleding tegenkwamen en talloze schoenen (kistjes) in één van de gangen van een woning. De foto’s spreken voor zich (het doet een beetje denken aan Oradour sur Glane bij Limoges). We werden er letterlijk en figuurlijk koud van.

In diezelfde stad woonden nog twee gemeenteleden van Elena die we behalve dat we ze een pakket te hebben gegeven ook meenamen naar de gemeentewoning waar Elena verblijft en die tevens de kerkzaal bevat waar we ’s avonds een samenkomst hadden belegd. Daar kwamen we weer van bij en we ervoeren de bijeenkomst als hartverwarmend. Elena leidde de dienst in toga, de kinderen zongen ontroerend, een muzieklerares speelde prachtig viool en ook ik mocht nog een enkel bijbelwoordje spreken. 

Daarna werd de zaal razendsnel tot eetzaal verbouwd en gingen we zo’n 20 mensen gezellig eten. Een hele warme en betrokken gemeenschap waar ‘muziek in zit’. Tegen 20.30 uur namen we afscheid van elkaar en namen we Elena mee naar ons hotel (waar haar auto nog stond) en hebben we haar nog wat geld gegeven voor deze kleine, maar dappere gemeenschap. Vervolgens hebben we voordat we uit elkaar gingen met en voor haar gebeden en toen afscheid genomen.

Morgenvroeg om 6.30 uur rijden we weg en hopen we ’s avond in Berlijn-Wannsee te overnachten. Het weer was prachtig helder deze dag en daardoor is het nu ook flink afgekoeld (-10 graden Celsius). Maar in onze kamers brandt de elektrische verwarming.