Tweede dag Gussew-reis 2020

Sjemot 6 (Exodus 4: 18-31)
Hierin lees je de aangrijpende geschiedenis dat Zippora, Mozes’ vrouw, de kleine Gersom besnijdt, het verbondsteken aanbrengt, dat Mozes kennelijk vergeten was te doen aan zijn zoon. Pas dan kon hij namens de Verbondsgod terugkeren naar Egypte om het volk Israël van de slavernij aan de afgod (Farao) te gaan bevrijden om hen als eerstgeboren zonen aan hun God te verbinden.

Aangrijpend is ook de geschiedenis van Ds. Kühnapfel (boven op de foto) die predikant was in Klon, toen Liebenburg geheten. Dat ligt nu in Polen, maar was toen een dorp in Oost-Pruisen. We waren er om 14.00 uur en hebben gezocht in dit dorp om nog iets te zien van hem. Dat was niet makkelijk, want niemand sprak er Duits of Engels. Uiteindelijk zag ik dat in één van de houten huisjes, waar dit plaatsje een beetje beroemd om is, een bibliotheek was.

De bibliothecaresse begreep een heel klein beetje dat ik iets over de evangelische kerk wilde weten en belde de plaatselijke school. Daar bleek een fototentoonstelling te zijn over het oude Klon/Liebenburg en toen we er aankwamen stond één van de leraren al op ons te wachten. Deze leidde ons naar de gang en toen we al die oude foto’s bekeken was er één waar ds. Kühnapfel op stond, samen met een aantal gemeenteleden. Hij bleek, zo vertelde de man, de laatste predikant te zijn geweest die in het kleine kerkje van Liebenburg had gestaan.

Uit het boek van zijn vrouw Margarete weet ik, dat hij tijdens de Paasdienst van 1942, nadat iemand belijdenis van het geloof had afgelegd, plots een aantal Duitse soldaten binnen zag komen die hem in de boeien sloegen en meevoerden naar buiten. Een grote schrik voor de kerkgangers natuurlijk, zijn eigen vrouw viel erbij flauw en in een ommezien hadden ze hem buiten in een wagen gezet en waren ze weggereden. Ds. Kühnapfel moest meevechten in de oorlog tegen Rusland en zou nooit meer terugkeren, een lot wat ook vele andere predikanten in Pruisen had getroffen. Vele jaren na de oorlog, zijn vrouw bleef al die tijd op zijn terugkeer hopen, bleek hij al vroeg bij Stalingrad te zijn omgekomen!

Terwijl we keken naar het kerkje, dat er nu vervallen uitzag, ofschoon ze het wel wilden restaureren (maar er geen geld voor hadden), probeerden we ons in te denken wat dit voor hem, zijn gezin en die gemeenschap betekend moet hebben.

Daarna begon het al wat te schemeren en besloten we rechtstreeks naar de grens te rijden die we tegen half zes bereikten. Iets na zevenen waren we erover, opnieuw bleken de papieren die voor de auto ingevuld moesten worden tot allerlei nadere vragen te leiden, maar de behandeling was vriendelijk en al moest er wel even wat worden opengemaakt, na de derde koffer gebaarde de douanier dat het wel genoeg was en konden we alles weer terugzetten. Het was overigens winderig en koud aan de grens, zodat we op weg naar Gussew weer een beetje konden opwarmen. Tegen negenen (Russische tijd, een uurtje later) waren we in “Kaisershof” en hebben we nog anderhalf uur met de beide pastores van Gussew zitten praten, wat gegeten en toen, erg moe, naar bed gegaan!

Geen puf meer voor een stukje, vandaar dat ik het stukje vandaag ’s morgens aanlever!

Ook deze dag verliep de reis voorspoedig, scheen de zon wel minder vaak en kwam er meer mist voor, maar die was niet echt dik. Bovendien werd het gaandeweg steeds rustiger op de weg.

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij