Derde dag Gussewreis 2020

Sjemot 7 (Exodus 5: 1-21)
Mozes en Aäron hebben het volk in een slechte reuk gebracht bij de Farao, zodat de Israëlieten nog harder moeten werken. Mozes klaagt erover tegen God en Deze zegt dat Hij nu zal laten zien wat Hij aan Farao zal doen. Wil het beter worden, moet het eerst slechter worden. Door lijden heen zal het volk tot heerlijkheid worden gebracht!

Na een goede nachtrust waren we om 09.30 uur in het Gemeindehaus om een aantal zaken te regelen. In de eerste plaats heb ik met Natalia besproken waarover ik zou willen (s)preken morgenochtend (2 Koningen 4: 42-44, verbonden met Kana), terwijl André en Jolanda even naar de markt geweest zijn om daar wat rond te kijken. Daarna hebben we aan de voedselpakketten die waren klaar gemaakt nog wat toegevoegd door bij de groenteboer o.a. vers fruit te halen ( paprika’s, sinaasappels, peren, kool en noten), zodat de 25 pakketten die de gemeenteleden meenemen er nu nog vollediger uitzien. Nu we begrepen hebben dat de meeste mensen slechts gemiddeld 300 euro verdienen en zij er 100 euro van aan vaste lasten kwijt zijn, houden ze echt niets over. Deze pakketten worden daarom echt gewaardeerd. Na deze activiteiten zijn we in de auto gestapt en hebben we respectievelijk een bezoek gebracht aan het plaatsje Dubrava (met z’n ouderwetse kruidenier!) waar we voor een maaltijd waren uitgenodigd en hoorden over het kerkenwerk in dit veraf gelegen dorp. Vervolgens brachten we een bezoek aan het Carl Blumhaus en tenslotte aan Baboeskino, een plaatsje dichtbij de Litouwse grens. 

Wat opvalt is dat in deze kleine gemeenschappen het aantal kinderen groter is dan het aantal volwassenen. Het kinderwerk groeit en we krijgen ook van de pastorin de indruk dat zij daar hard aan trekt om vooral de kinderen erbij te betrekken. Haar gevleugelde uitspraak richting de kinderen (en hun ouders) is dat “Jesus unserem guten Freund ist”. Ook doet zij haar best de mensen en de gezinnen zo af en toe naar de centrale kerk in Gussew te halen, zodat ze verstaan dat ze onderdeel zijn van een grotere gemeenschap. Zij financiert dan de bus die hen uit de dorpen naar Gussew brengen moet. Daarnaast hebben ze ook een aantal confirmanten gehad die dit jaar belijdenis hebben afgelegd. Al met al krijg ik de indruk dat het hier echt beter gaat dan een aantal jaren geleden en dat de gemeente werkelijk weer groeit. Ook het Carl Blumhaus stond er uitstekend bij en de bezetting van de bedden liep tegen de 20 en het zag ook pico bello uit!

Na afloop van deze intensieve dag hebben de pastor en zijn vrouw ons op een maaltijd getrakteerd in hotel “Imperial” in Gussew waar we in een rustig hoekje gezeten goed met elkaar hebben kunnen praten en ook heerlijk hebben gegeten. Uit deze gesprekken blijkt wel heel duidelijk dat de gemeente weliswaar groeit, maar dat ze financieel alleen maar overlevingskans heeft als er hulp blijft komen uit Duitsland (en Nederland), omdat de mensen maar weinig financieel kunnen bijdragen, zo bezig als ze zijn om dagelijks te kunnen (over)leven. 

Tussendoor hebben we ook nog even een bezoek gebracht aan het plaatsje Majakovska (in het Duits Nemmersdorf) waar in 1944 een bloedbad is aangericht door het Russische leger. Dit gebied was de eerste grond die zij betraden in Duitsland, nadat ze al de gruwelen hadden gezien die de Duitsers in West-Rusland (nu Oekraïne) hadden aangericht. Om hun woede te koelen (en met toestemming van Stalin) hebben ze toen in Oost-Pruisen de vrije hand gekregen om wraak te nemen op de Duitsers. Een brute slachting (en verkrachting van vele vrouwen) van de inwoners van Nemmersdorf was daar het gevolg van. De Duitsers heroverden deze plaats op de Russen, zagen de gruweldaden die waren aangericht en lieten daar foto’s van maken om die in geheel Pruisen te verspreiden om duidelijk te maken dat de verdediging tot de laatste man moest blijven strijden tegen de Russen. Niemand mocht vluchten, ook burgers niet en Koningsbergen werd tot vestingstad verklaard, zodat deze stad nooit prijsgegeven mocht worden. 

Het gevolg hiervan was dat geheel Koningsbergen verwoest is, dat vele Duitse burgers zijn afgemaakt of naar Siberië zijn verbannen en dat slechts enkelen gevlucht zijn. Sommigen naar West-Duitsland, anderen zijn de bevroren Oostzee opgegaan om naar Denemarken of Noorwegen te vluchten. Ook is een schip vol vluchtelingen (de “Herman Guslov”) door een onderzeeër beschoten en gezonken, waarbij meer dan 9000 mensen verdronken zijn, waaronder 4000 kinderen. Dit is de grootste zeeramp die ooit in de geschiedenis heeft plaatsgevonden tot nog toe! 

Kijk je naar het monument, zie je slechts dat het een herinnering is aan de vele Russische soldaten die hier het leven hebben gelaten.
We verblijven hier dan ook echt in wat de historicus Timothy Snijder ‘de Bloedlanden’ heeft genoemd! Tot zover ons verslag van vandaag! 

Iedereen een goede en gezegende zondag toegewenst. 
De vrede van Christus, zo nodig in deze wereld zij met jullie en ons allen.

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij