Zevende dag Gussewreis 2020

Wajera 4 (Exodus 7: 8-8: 7)
In de slagen die Egypte zullen treffen, bindt God de strijd aan met de afgoden. De eerste afgod is de Nijl, dé economische slagader van Egypte. Deze wordt door de staf van Mozes getroffen door een “slagaderlijke bloeding”. De kurk, waarop Egypte (en de wereld) drijft, valt weg. Wat blijft over als de zekerheden van ons natje en droogje wegvallen?

In een land als Rusland hebben we soms mensen ontmoet die veel zekerheden hebben verloren, die hun landstreek moesten verlaten. Omdat de omstandigheden zich wijzigden, omdat mensen zich tegen hen keerden, omdat er veranderingen waren in hun persoonlijke omstandigheden, maar die wel een sterk Ander fundament bleken te hebben. Zij hebben de wijsheid gevonden van niets anders in het leven zeker te zijn dan van God en die daarom weerbaar en innerlijk sterk en veerkrachtig waren. Dat maakte indruk, dat nemen we mee naar onze wereld vol vermeende ‘zekerheden’. 

Onmiddellijk nadat we om 9.00 uur de grens over waren (het kostte ons ongeveer vijf kwartier) en weer door Polen reden, viel het ons direct op hoe anders alles er hier uitziet. Waar in Rusland weinig echte bedrijvigheid is, veel achterstallig onderhoud is, vele ruïnes staan van huizen, kerken en fabrieken, oogt Polen fris en ondernemend. Mede dankzij EU-steun zijn er hier grote vorderingen gemaakt en is er nauwelijks meer iets te zien van het arme Polen van dertig jaar geleden. Precies omgekeerd als het groene oude Oost-Pruisen van toen er nu uitziet.

Ook de wegenbouw is in Polen ter hand genomen en inmiddels is er een nieuwe snelweg aangelegd die de reistijd naar Potsdam aanzienlijk heeft verkort. Daar reden we voor half zes al binnen, een nieuw record weten alle Ruslandgangers die in het verleden met mij mee zijn gegaan. Ook het weer was onverminderd goed en het was nergens druk op de weg. Tegelijk misten we toch ook een beetje het land en de mensen, waarvan we afscheid genomen hadden.

Gelukkig is er in Potsdam een Russische wijk, waar 14 Russische datsja’s staan die rond 1825 zijn neergezet, inclusief een kleine Russisch-Orthodoxe kapel, door Koning Friedrich Wilhelm de Derde die deze kolonie geschonken had aan tsaar Alexander de Eerste vanwege hun uitstekende samenwerking in het verslaan van hun gezamenlijke Franse vijand Napoléon.

In één der datsja’s bevindt zich ook een heerlijk restaurant, waar de balalaika de achtergrondmuziek is, het menu Russisch (bijvoorbeeld een Taiga-schotel of een Kozakkenpotje.) evenals het interieur. 

Het bleek zowaar open in deze januari-maand. Daar hebben we gegeten en dat afgesloten met een uitstekend zoet toetje, waar dit restaurant beroemd om is, maar die deze suikerpatiënt wel met een half uur hardlopen moet zien de baas te worden. Maar wie geen uitzonderingen meer toelaat in zijn leven, acht ook de regel niet echt naar waarde. “Wees niet al te rechtvaardig”, zei Prediker al. Ook niet al te rigide in de omgang met de suiker, voeg ik er maar aan toe.

Morgen de echte Heimkehr!

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij