Terug uit Gussew

Wajera 5 (Exodus 8: 7-18)
Gaandeweg komt Farao erachter dat de God van Mozes en Aäron een andere God is en tegengesteld aan het pandemonium waarin hij leeft. Hij ontdekt dat hij de voorbede van Mozes en Aäron nodig heeft om de kikvorsplaag te doen ophouden en hij ziet dat zijn tovenaars niet bij machte zijn muggen uit stof te slaan (dat wil zeggen leven uit dood -stof- te vormen!), maar daaruit de gevolgtrekking maken voor deze God te buigen, doet hij niet. Integendeel, hij verhardt zijn hart totdat zijn hart verhard wordt.

God is anders, werkt anders, dat is misschien wel een wezenlijke ervaring geweest van onze reis naar deze regio. In een voor het oog van de wereld verloren gebied, verwaarloosd en ontvolkt, wonen hier en daar kleine plukjes gelovigen: een handvol kinderen, een paar vrouwen, een enkele man die proberen de lofzang gaande te houden. Voor ons sprongen die vier vrouwen eruit die op de maandagochtend bijeenkwamen in Schycha, ergens in no-where- land en daar gretig in hun bijbeltjes meelazen en luisterden naar de woorden van God en innig met elkaar verbonden waren tijdens het gebed, waarbij zij elkaars en onze handen vasthielden en daarna het doek van de tafel haalde waarop borden en bestek lagen om met ons te gaan eten.

Na geslapen te hebben in hotel Kranich, een voor velen bekend hotel in Potsdam, hadden we nog wat tijd een bezoek te brengen aan “Ceciliënhof”. Dit paleis werd door keizer Wilhelm de Tweede (degene die in Huize Doorn gewoond heeft na de Eerste Wereldoorlog) aan zijn zoon en zijn vrouw (Cecilia) gegeven. In een deel ervan is in juli/augustus 1945 de conferentie van Potsdam gehouden, waarin Stalin, Truman en Churchill de ‘taart’ Europa verdeeld hebben in twee stukken, met alle dramatische gevolgen ervan tot op de dag van vandaag.

Maar we konden er niet in, want het personeel staakte. Wel was het winkeltje open, zodat we nog wat souvenirs konden kopen. Daarom hadden we ook nog even tijd om het ‘Neues Palast’ te gaan bekijken, één van de vele die de Pruisische koningsstad Potsdam rijk is. Wat een verschil tussen dit Potsdam, dat tot hetzelfde Pruisen behoorde, als wat tot 1945 Oost-Pruisen heette en er nu – als de oblast Kaliningrad – zo verloren bijligt. De geschiedenis kan soms de bordjes in bepaalde regio’s drastisch verhangen.

Inmiddels was het half twaalf geworden en omdat Nienke om 18.00 uur de tafel gereed zou hebben voor een afsluitende maaltijd was het nu tijd westwaarts te gaan en de deelstaat Brandenburg te verwisselen voor de Veluwe. Daarom verlieten we Potsdam, de stad die altijd voor ons de overgang maakt als Nederlandse Ruslandgangers, omdat we enerzijds in de Russische kolonie in restaurant “Alexandrowka” nog even nostalgisch kunnen terugblikken op waar we geweest waren en anderzijds daarna tijdens een wandeling door het “Holländisches Viertel” (de Hollandse wijk, die Frederik de Grote van Pruisen hier heeft laten aanleggen) ook weer gevoed worden in het verlangen naar Nederland.

Ik hoop dat jullie, lezers, een beetje een indruk hebben gekregen van wat we hebben gezien en gehoord en dat jullie die kleine, maar dappere Lutherse gemeente in jullie gebeden zo af en toe zullen meenemen.

Met een hartelijke van André, Jolanda en Kees die het ook erg goed met elkaar hebben gehad tijdens deze reis!

André en Jolanda van Laar
Kees Lavooij