Parsje Behar-Bechoetai

Een dubbele portie deze sabbath: dat heeft te maken met de aanpassing van het Joodse maanjaar aan ons zonnejaar. Het betreft de hoofdstukken 25-27 van Leviticus die er ook de afsluiting van vormen. We herinneren ons wat de Hebreeuwse naam voor Leviticus is: Vajikra dat ‘Hij roept’ betekent, zie de eerste zin van dit boek.

In deze porties die ‘op de berg’ (Behar) en ‘inzettingen’ (Bechoetai) heten gaat het om verdere uitwerking van de ‘woorden’ (ge- en verboden) die op de berg Sinaï van de Here door bemiddeling van Mozes aan het volk gegeven worden. Van belang in de eerste portie zijn de rechten van het land. De rechten van de mens, waarover wij de mond van vol hebben, worden beperkt door de rechten van het land, waarbij het ‘sabbathjaar’ en het ‘jubeljaar’ en het oog springen. Zoals er na zes dagen een sabbathdag is geboden, zo is er na zes jaar een sabbathjaar, waarin het land niet bewerkt mag worden en de mensen leven van wat het opbrengt. Maar God heeft beloofd dat de opbrengst van het zesde jaar zo overvloedig zal zijn dat er genoeg zal zijn om het zevende jaar het land die rust te gunnen, het achtste jaar weer te zaaien en het negende weer volop te kunnen oogsten.

Deze maatregel met betrekking tot het land zou wel eens de oplossing kunnen zijn voor onze klimaatcrisis, die het gevolg van ongebreidelde hebzucht en uitbuiting van de aarde. Zoals wij na zes dagen op adem moeten komen, zo moet de aarde dat na zes jaar en zo wij die rustdag verwaarlozen ondervinden wij daar schade (stress) van en zo wij dat rustjaar aan de aarde misgunnen zal de aarde daar schade (door roofbouw) van ondervinden, met alle gevolgen voor mens en aarde (de klimaatcrisis is en zal nog veel dramatischer uitpakken dan deze Corona-crisis). Economen zeggen dat in een wereld, waarin alles om groei en meer gaat er om de 7 jaar een crisis zal zijn. Zou deze instelling op de berg gegeven hier niet het wijze antwoord op zijn dat te voorkomen?

Tot slot nog iets over het 50ste jubeljaar (na 7×7 sabbathsjaren!): dan wordt de tegenstelling tussen rijken en armen gelijkgetrokken. Wie verarmd was in die periode, land had moeten verkopen, kon het in het vijftigste jaar weer terugkrijgen. Al langer wordt er in onze tijd gewaarschuwd voor een groeiende tegenstelling tussen rijken en armen en door de huidige pandemie wordt die tegenstelling alleen maar aangejaagd en ook dat zorgt voor spanningen in onze wereld, die gevaarlijk tot ontlading kunnen komen (denk aan wie aan de macht kwam in de crisis van de jaren ’30). Uiterst actuele thema’s derhalve worden ons hier aangereikt, die overigens alles met vertrouwen in God te maken hebben en met een gezond wantrouwen tegen mensen die zich als godjes gedragen. Jezus zegt in de Bergrede: “Wees niet bezorgd voor de dag van morgen” en herinnert ons eraan dat er een Vader in de hemel is die zorgt! 

Overigens wordt in hoofdstuk 26 gesproken over de sancties, wanneer Israël niet aan deze roepstem van God gehoor geeft. Dan zal het resultaat van die ongehoorzaamheid ervoor zorgen dat ze het land uit moeten, dat vijanden het land zullen binnenvallen en dat hun angst elders zó groot zal zijn dat ‘een door de wind opgejaagd blaadje’ hen al schrik zal aanjagen. Ook die paniek herkennen wij in onze dagen, we worden met ons ongeloof geconfronteerd, het tegendeel van vertrouwen waartoe de Here God in dit boek oproept en door Zijn inzettingen ons kenbaar maakt wat goed voor ons, voor onze aarde en voor onze samenleving is.

Ter overweging deze week,
Sabbath sjalom,
Ds. Lavooij